Overslaan naar hoofdinhoud

NetCaptain

Systemen ontdekken met network discovery

Met network discovery laat je NetCaptain zelf zoeken wat er in een IP-range hangt. Dit artikel laat zien hoe je een range opgeeft, welk discovery profiel je kiest en waar de resultaten binnenkomen.
Het formulier voor network discovery met het veld voor de IP-range en de keuze voor een discovery profiel

Je kunt alleen beveiligen wat je kent. In de praktijk staan er in bijna elk bedrijfsnetwerk apparaten die in geen enkele inventarisatie voorkomen: een switch uit een oude verbouwing, een netwerkprinter op de tweede verdieping, een testserver die iemand ooit voor een project heeft neergezet. Met network discovery laat je NetCaptain zelf kijken wat er hangt.

Het formulier voor network discovery met het veld voor de IP-range en de keuze voor een discovery profiel

Een range opgeven

Ga naar “Systems” en klik links op “Discover systems”. In het bovenste veld vul je het bereik in dat je wilt afzoeken. Wil je je 10.0.0.x-range doorlopen, dan schrijf je 10.0.0.0/24 of 10.0.0.1-255. Beide notaties leveren dezelfde 255 hosts op.

Begin klein als je NetCaptain net in gebruik neemt. Een enkel VLAN geeft je een resultaat waar je nog doorheen kunt kijken, en je merkt meteen of de scanner overal bij kan.

Het discovery profiel

Onder het IP-veld kies je een discovery profiel. Dat profiel bepaalt hoe NetCaptain zoekt: over TCP, over UDP of allebei, synchroon of asynchroon, en of er eerst een ping wordt gestuurd. Er staan er zeven klaar, met een slotje beveiligd zodat je ze niet per ongeluk aanpast. Je vindt ze ook terug onder “Settings”, tegel “Discovery Profiles”.

De zeven discovery profielen van NetCaptain met labels voor sync, async, tcp, udp en ping

Achter elke naam staan gekleurde labels. Die vertellen je in een oogopslag wat het profiel doet.

  • TCP en UDP geven aan welke poorten worden aangesproken. TCP dekt het meeste af, UDP vindt diensten die alleen over UDP praten, zoals DNS en SNMP.
  • PING betekent dat het profiel eerst controleert of een host antwoordt voordat de poorten worden nagelopen.
  • SYNC werkt de adressen na elkaar af, ASYNC doet er meerdere tegelijk.

Alle standaardprofielen kijken naar de 250 meest gebruikte poorten. Dat is de verhouding waar het in de praktijk om draait: je vindt vrijwel alles wat er draait, zonder dat een scan van een heel netwerk een halve dag kost.

Welk profiel kies je

Voor een eerste verkenning van een netwerk dat je nog niet kent, is “Top-250 TCP/UDP” een veilige keuze. Er wordt niet eerst gepingd, dus systemen die ICMP blokkeren komen gewoon in beeld. Een ping scan is een stuk sneller, want alles wat niet op de ping reageert wordt overgeslagen. Dat is ook meteen het risico: blokkeert je firewall of je endpointbescherming ICMP-verkeer, dan bestaan die systemen voor de discovery niet.

Het asynchrone profiel is de snelste van het stel en de zwaarste voor je netwerk. Op een groot, rustig netwerk kun je daar prima mee werken. Draaien er gevoelige apparaten, denk aan oudere machines in een productieomgeving, houd het dan bij een synchroon profiel. Past geen van de zeven bij je situatie, dan maak je er zelf een met “Add discovery profile”.

Starten en resultaten bekijken

Klik op “START NETWORK DISCOVERY” en de scan komt in de wachtrij. Je hoeft niet te wachten tot hij klaar is; het resultaat vind je terug bij Security scans, in hetzelfde overzicht als je gewone scans.

Wat er gevonden wordt, komt als systeem in je overzicht te staan. Loop die lijst daarna even na: geef de systemen een herkenbare naam, zet de significance goed en hang ze in het juiste netwerk. Dan levert de volgende scan meteen een CyberRisk op die ergens over gaat.

Discovery herhalen

Een netwerk verandert. Er komen werkplekken bij, er wordt een access point vervangen, een leverancier hangt iets in het rack. Plan discovery daarom periodiek in als automation job, zodat nieuwe apparatuur vanzelf in beeld komt. Hoe je dat instelt, staat in Taken automatiseren.

Lees verder

Systemen die je handmatig wilt invoeren, voeg je toe volgens Systemen toevoegen en beheren. Termen als discovery en credentialed scan staan uitgelegd in de begrippenlijst.

Deel dit artikel

LinkedIn
WhatsApp
X
Email
Facebook
Foto van Door John de Kroon

Door John de Kroon

John de Kroon is de CTO van NetCaptain. Met meer dan 15 jaar ervaring als Ethisch Hacker heeft hij de leiding over de ontwikkelings- en onderzoekstak binnen NetCaptain.

Open notitieboek met pen op een bureau, als visuele metafoor voor voorbereiding en continuiteit na ransomware

Business continuity plan mkb ransomware stappenplan

Je opent maandagochtend je laptop en de bestanden op de fileserver zijn versleuteld. De telefoon staat roodgloeiend, de productieplanning is onbereikbaar. In dat moment valt het kwartje: een business continuity plan voor ransomware is geen beleidsdocument dat in een la ligt. Het is het verschil tussen een bedrijf dat binnen

Lees verder »
chess pieces als visuele metafoor voor red team pentest verschil mkb wanneer kiezen

Wanneer kies je een pentest of red team?

Een pentest en een red team klinken hetzelfde maar testen andere dingen. Een pentest levert een rapport met bevindingen binnen een afgebakende scope. Een red team test of je organisatie een echte aanvaller ook opmerkt en erop reageert. Lees welke aanpak bij welke fase van je securityprogramma past, hoe je

Lees verder »
pillar als visuele metafoor voor DORA NIS2 verschil mkb

DORA versus NIS2 verschil mkb financieel

Je levert als mkb software of hosting aan een bank, verzekeraar of pensioenuitvoerder. Dan krijg je vanaf 17 januari 2025 niet alleen te maken met de NIS2-richtlijn zoals de meeste organisaties in Nederland, maar ook met DORA: de Digital Operational Resilience Act. DORA is een verordening, geen richtlijn, en geldt

Lees verder »